Feeds:
Berichten
Reacties

Banaan

Nu het weer wat slechter is en ik enkele dagen verlof heb kan ik nog eens iets posten.
Met de regenachtige dagen is er buiten niet veel te vinden, maar ook binnen is er wel wat te beleven…. .
Zo heb ik in het begin dat we hier kwamen wonen enkele kamerplanten gekocht.
Vermits de meeste kamerplanten véél te duur zijn zocht ik naar de goedkopere examplaren.
Zo kwam ik bij een plant met de naam ‘Musa’. Al snel was me duidelijk waarom deze plant (want het is geen boom) goedkoper was.
Een bananenplant is nogal …. groot, en dan spreken we hier nog over een dwergexemplaar.
De meeste kamerplanten groeien in de hoogte, maar niet de Musa hoor, die groeit nogal breed, waardoor je al snel een plekje moet hebben van 2/3m².
De plant maakt een schijnstam van over elkaar liggende, vleugelachtig verbrede bladstelen en daarom wordt er ook wel gesproken van een bananenboom.

Blijkt nu dat onze bananenplant in bloei staat en reeds kleine bananen gevormd heeft!
Ik vermoed dat ze wel niet eetbaar zullen zijn, maar je weet maar nooit.

Een mooie dag

Het belooft een mooie dag te worden!
Gisteren redelijk wat regen, vandaag tot nu toe windstil… .
Gisteren de pasgeboren steenuiltjes gezien, vandaag 2 reigers ….

De kleine vos is ook alweer vroeg van de partij, net zoals de 10-tallen grote dikkopjes.

Dag van de kriek

Vandaag gaat boer Thomas naar de Dag van de kriek. Neen, dat is niet de één of andere kwekerij van kriekebomen, dat is een bierproeverij met één van de grootste keuzes aan kriekbieren.
Misschien denken er nu enkelen dat ik zoete biertjes ga proeven, dat is zeker niet het geval.
Anderen weten wel beter, misschien na het zien van het TV1 programma ’Tournee Generale’ ivm Geuze die je hier en hier kan zien: kriek is zuur, niet zoet, kersen zijn zoet.
In feite is dit niet helemaal juist, toen ik het eens vroeg bij Girardin : ‘meneer, ne Kriek… da ies nie zoet en nie zuur’ … ok dan!

De kriekbieren die we meestel op café zien zijn, spijtig genoeg, de zoete versies. Dat kan je, meestal, zien aan het kroonkurk.
De meeste ‘echte’ kriekbieren hebben een champagnekurk en een champagnedop, de ‘zoete’ kriekbieren hebben gewoon een kroonkurk.

Kriekenbier is bier van spontane gisting, bereid uit oude en jonge (1 jaar gegist) lambiek gerijpt op eiken vaten.
In een vat lambiek van 6 maanden oud of ouder voegt men krieken toe , hierdoor ontstaat een nieuwe gisting in de vaten (hun suikers doen het bier opnieuw gisten en geven het meer diepte).
Na nogmaals 6 maanden is het resultaat een fris, zuur-zoet, niet schuimend en rood bier, met de smaak van de krieken. Aan echte kriek worden geen zoetmiddelen of bewaarmiddelen toegevoegd.

Originele kriek-lambiek werd vervaardigd door toevoeging van Schaarbeekse krieken. Daar deze variëteit zeldzaam geworden is, worden tegenwoordig andere  rassen gebruikt, vooral Noordkrieken.
Gelukkig zijn er nog enkelen die heel af en toe nog eens een Schaarbeekse Kriek op de markt brengen, namelijk 3 fonteinen , Cantillon en sinds binnenkort ook Hanssens die kriekenlambiek heeft en die we uiteraard gaan proeven op de Dag van de kriek!

En hier is mijn schaarbeekse kriekboomke:

Net voor het zonnige verlengd weekend moeten we toch nog een kruidenbiertje bespreken, wie weet vinden jullie het ergens op een terrasje in de Vlaamse Ardennen.

De Graal gember is een biertje van brouwerij De Graal te Brakel, 1 van m’n favorieten brouwerijen.
Een biertje van 8% maar veel merk je daar niet van omdat het zo kruidig is.
Al bij het opendoen ruik je de gember heel erg goed, heerlijke kruidige geur, zou hier steranijs of kruidnagel inzitten?
Een heerlijk fruitig biertje (niet zoet) met een perfecte balans van gember en koriander (daarover later meer).
Als je verder proeft merk je citrus (appelsien?)
en lichte honingsmaak op met toch een ietwat hoppige nasmaak.
Dit blijft één van m’n favoriete bieren!

 

 

 

 

 

Gember (Zingiber officinale Roscoe)

Volksnamen: gijnebeer, gingom, zevenknobbel.

Gebruikt deel: de wortelstok, gerooid na het afsterven van het blad in de herfst.

Biotoop:
Gember is vermoedelijk afkomstig uit tropisch India; momenteel is het enkel een cultuurplant die niet meer in het wild
wordt aangetroffen. Hij wordt vooral verbouwd in Zuidoost-Azië, maar tegenwoordig ook in alle andere tropische en subtropische streken van de
wereld. Hij houdt van goed doorlatende, humusrijke, losse, neutrale tot alkalische bodem; liever niet in de volle zon, maar wat beschut in de
halfschaduw, bij een hoge luchtvochtigheid, hoge temperatuur en zware regenval (dus in tropische omstandigheden). In gematigde streken kan hij enkel
in serres gekweekt worden.

Uitzicht:
Gember is een overblijvende maar niet-winterharde, bladverliezende, rietachtige plant die meestal als een éénjarige
wordt geteeld. Hij heeft een dikke, vlezige, knolachtige, zich grillig vertakkende aromatische wortelstok, die van buiten meestal goudgeel tot licht
grijsbruin is met een glad, mat glimmend oppervlak; vanbinnen is hij lichtgeel. De hoofdscheut (de ‘hand‘) draagt verschillende zijscheuten (de ‘vingers‘). De
wortelstok is eigenlijk een ondergrondse stengel die aan de onderkant een grote hoeveelheid dunne, onontwarbare eigenlijke wortels vertoont.
Het bovengrondse deel, dat zich elk jaar vernieuwt, ontstaat uit knoppen van de wortelstok. Het bestaat uit groepjes van stevige, rietachtige
stengels met smalle speervormige bladeren. In de bloei (zomer) komen er op een afzonderlijke bloeistengel witte, geelgroene tot purperen lelieachtige bloemen in een ovalen aar.

Geschiedenis:
Gember zou voor het eerst in Europa gebracht zijn door Marco Polo, die het in China had gezien, waar het al 3000 jaar geteeld wordt.
In India werd het reeds vroeg gekweekt om als smaakstof en bewaarmiddel toe te voegen aan voedsel, of ter bevordering van de spijsvertering, ter bescherming tegen ziekten en
ter lichaamszuivering.
De Romeinen namen het mee op hun veldtochten en beschouwden het als een zeer waardevol kruid; er werd zelfs belasting op geheven. Sommigen waren ervan overtuigd dat gember beschermde tegen
pest of zwarte dood.
Men stopte gember veel in recepten om het nadelige effect van potentieel toxische kruiden te verminderen. In de Middeleeuwen was het vooral van toepassing bij misselijkheid, bewegingsziekte, kater en winderigheid. Chinese zeelui kauwden op gember om zeeziekte te verdrijven. In de 16de eeuw was gemberbrood heel populair.

Modern kruidengeneeskundig gebruik:
Maagversterkend; beschermt tegen het ontstaan van maagzweren en tegen maagpijn.
Tegen misselijkheid en braken, reisziekte, postoperatieve misselijkheid en zwangerschapsmisselijkheid, na chemotherapie, bij kater.
Goed bij diarree en voedselvergiftiging (bv na het eten van mosselen). Verbetert de spijsvertering, vooral van eiwitten.
Verbetert de eetlust, vermindert darmgasvorming, krampstillend, verhoogt speekselafscheiding; goed tegen indigestie, zure oprispingen, zwakke spijsvertering, slechte eetlust, maagdarmkrampen, winderigheid, opgeblazen gevoel na de maaltijd.

Stimuleert de bloedsomloop; goed bij slechte doorbloeding. Bevordert de hartspierwerking; goed bij hartinsufficiëntie.

Ontstekingswerend op de gewrichten, dus goed bij reumatische aandoeningen en bij gewrichtsklachten door kou en vocht.

Bij uitwendig gebruik verbetert het de lokale bloedsomloop, oa bij spierpijn, stijfheid, verrekkingen, winterhanden en –voeten.

Cosmetisch:

Gebruikt in (vooral Oosterse) parfums. Stimulerend en doorbloedingsbevorderend effect op de huid, zit daarom in massagecrèmes, scrubs voor het gezicht,… Verse gemberwortel wordt als
‘rouge‘ gebruikt omdat ze de doorbloeding stimuleert. Een haarlotion op basis van gemberwortel stimuleert de haargroei.

Culinair:
Zoet, scherp, aromatisch kruid; onmisbaar in de Oosterse keuken.

Bestanddeel van garam masala en pickles. Gedroogd als specerij, bv als onderdeel van currypoeder.

In brood en gebak, maar best niet in gerechten met room als hoofdingrediënt. In gemberkoek, ontbijtkoek, speculaas.

Gembersap (geraspt en geperst door neteldoek) wordt vaak verwerkt in gerechten of drankjes. Goed bij fruitsoorten als
appel, banaan, meloen; in marmelade, chutney, jams. Geconfijte gemberstelen zitten in snoepgoed en fruitdesserts.

Gemberbier bestond reeds voor de opkomst van hop; gember wordt erbij gecombineerd met kruiden als gentiaan en kruidnagel. Er bestaat ook gemberwijn. Ginger Ale is een frisdrank die
tegenwoordig in de handel is.

Smaak- en reukcorrigens in veel tandverzorgingsmiddelen, mondwaters en gorgeldranken.

Vermits ik naast natuurliefhebber een bierliefhebber ben, begin ik een nieuwe rubriek: kruidenbieren.
Neen, hier zal je zeker géén Inbev bieren zien, dus geen Leffe, Stella, Jupiler of Hoegaarden, hier zal je speciale biertjes leren kennen die véél beter zijn dan de welbekende.
Laat me beginnen met een biertje dat enkelen onder jullie misschien wel kennen: Gageleer. Het gaat hier namelijk over een bier dat gebrouwen is voor Natuurpunt en dat je in de meeste bezoekerscentra kan degusteren. Je kan het bier uiteraard ook terugvinden in de gespecialiseerde drankenhandel.
Het bier wordt gebrouwen in de Proefbrouwerij te Lochristi.
Een deel van de opbrengst van dit bier gaat naar Natuurpunt! Voor een liter  bier gaat er ongeveer 10 cent naar de natuurvereniging.

Het bier is  kruidig met een toets van peper en eucalyptus. Al mis ik wel wat bitterheid, het blijft één van de betere bieren!
Het is een verfrissend bier maar door zijn alcoholgehalte van 7,5 % toch een stevige.

Even wat meer info over de Gagel:

Gagel (Myrica gale L.)

Volksnamen:

Vlooienkruid, mottenhout, mosselkruid, bessemhout

Gebruikt deel:
de blaadjes, vers of gedroogd

Biotoop:

Wilde gagel komt voor op zonnige plaatsen op natte, zure, voedselarme, venige grond, op heidevelden, in moerasbossen en laagveenmoerassen, of

langs oude rivierbeddingen; soms ook op kalkarme plaatsen in de duinen. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als algemeen

voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen.

Beschrijving:

Gagel is een overblijvende, bladverliezende aromatische struik die 0,6 tot 1,5 meter hoog wordt. Op de roodbruine takken staan tot 4 cm lange, dof

grijsgroene, leerachtige blaadjes die breder bij de top zijn dan bij de steel en aan de top getand zijn. Op de onderkant zitten harspuntjes met

harsklieren, die etherische olie produceren; deze komt vrij als je de blaadjes wrijft. Deze aromatische blaadjes smaken bitter.

De plant bloeit in april en mei; de katjes verschijnen vóór de bladeren aan de twijgen. Meestel heeft een struik óf mannelijke, óf vrouwelijke katjes,

maar eenzelfde struik kan ―van geslacht wisselen door het ene jaar mannelijke en het andere jaar vrouwelijke katjes te dragen. De mannelijke

zijn langwerpig, bleekgroen en 10 à 15 mm; de vrouwelijke zijn meer gedrongen, bleekbruin, en 5 à 6 mm groot. Gagel heeft geen honingklieren,

waardoor de bloemen niet bezocht worden door de bijen.

Gagel groeit met lange ondergrondse uitlopers. Aan de wortels zitten knolletjes in wisselende grootte; deze bevatten een zwam/schimmel

(mycelium) en dienen om stikstof in op te slaan die niet via het blad uit de lucht wordt opgenomen maar uit de grond. Daarmee kan gagel moeilijke

tijden overbruggen.

Gebruik:

Gagel was meestal het hoofdbestanddeel van gruut. De plattelandsbevolking gebruikte blad en takken om muggen te verdrijven.

Vroeger legde men bladeren en takken van de gagel onder de beddenzak om luizen, vlooien en motten te verdrijven (―mottekruid, ―vlooienhout).

Een bosje gagel in de kleerkast was een afweermiddel tegen motten.

De struik werd beschouwd als een medicinale plant, bijvoorbeeld bij kiespijn. Momenteel wordt gagel niet meer gebruikt in de

volksgeneeskunde. Gagel werd ook als toverplant beschouwd.

De looizuurhoudende bast wordt toegepast bij het leerlooien. De gele bloemknoppen worden als verfstof gebruikt.

De blaadjes werden vroeger gebruikt om spijzen wat meer smaak te geven, als goedkoper alternatief voor dure geïmporteerde spijzen. Het wordt nog

wel eens gebruikt bij mosselen. Het zou in groentengerechten een interessant alternatief voor laurier kunnen zijn (meekoken, en dan

verwijderen voor het serveren). De struik werd en wordt nog gebruikt voor het maken van bezems (―bessemhout).

De gagelstruik is het symbool van de natuur- en milieuvereniging “De Gagel” actief in Balen en Mol – België.

Gebruik in bier ed:

Dodoens schreef in 1644:

“De vrucht wordt op verscheyden plaetsen in bier ghesoden oft ghebrouwt ende maeckt den mensche seer haest droncken”.

In een oude Nederlandse tekst over gagel staat dat het aan bier een “seer dronkenmannende kracht gaf”.

Gagel wordt nog regelmatig gebruikt in bier en andere dranken, voor de bitterheid en om de houdbaarheid te verbeteren. Bij het Duitse Grutbier

wordt het gebruikt in de plaats van hop. In Denemarken maakt men Porsesnaps, een zachte gagel-jenever. In België is de Gageleer het meest

bekende bier waarin gagel verwerkt wordt. In bezoekerscentra van verschillende natuurgebieden staat een gagelbier op de kaart.

De aromatische olie uit de harsklieren is giftig en roesverwekkend, maar slechts in lichte mate, dus nauwelijks gevaarlijk. Vroeger werden ook

toxische kruiden verwerkt in bier, om de roesverwekkende eigenschappen van alcohol te versterken; zo was bilzekruid in vroeger tijden vrij populair in bier.

Bronnen:
Compendium van Rituele Planten in Europa
Groot handboek geneeskrachtige planten (Dr Geert Verhelst)
Wikipedia

Margrieten

Je ziet ze overal opduiken dit jaar … Margrieten (Chrysanthemum leucanthemum).
Zou het te maken hebben met het droge weer? Hebben die bloemen liever een droog voorjaar?
Ik zou het niet weten, maar dit jaar staan ze er plots, en dat is goed want het zijn mooie bloemen die overigens ook veel insecten lokken.
Dit is vrij normaal, want ze behoort tot de Asteraceae, oftewel compositenfamilie, waartoe ook bvb de Aster Novi Belgii behoort.
Ze mogen zich hier gerust uitzaaien, prachtig om een veld vol margrieten te zien!

  Mevrouw zit hier op mijn tomatenstokken, aan het wachten tot ze rijp zijn waarschijnlijk … .
Schoon beestje nietwaar?

Algemene info:
Familie: Brassicaceae
Nederlandse benaming: muurbloem
Winterhardheid: goed winterhard
Bloeimaanden: mei – augustus
Standplaats: Planten die voorkeur geven aan een plaats waar het zomers zonnig
en droog is, kan ook als rotsplant gebruikt worden.
Arme goed afwaterende grond bevorderd de levensduur – gedijt in droog en heet klimaat.
Aantal planten per m²: 6-8 planten /m²
Grootte: 0.5/1m

Eigen info:

De plant heeft een houterige stam en wordt niet zo oud (3-4j) en kan je beter
stekken, want ze produceert bijna geen zaden. Met stekpoeder is het niet
moeilijk om  wortelvorming  te krijgen. Stekken kunnen genomen worden in
april.

Omwille van de vrij vroege (april/mei) en vrij lange (tem augustus) bloeitijd
is ze heel interessant voor de vlinderborder. Het is belangrijk dat je in
elk seizoen bloeiende planten hebt. De bloem lokt in mei reeds kleine vos,
dikkopjes, koolwitjes, atalanta en dagpauwoog. De plant is niet alleen geschikt
voor vlinders, bijen komen er ook op af.

Voor een compleet overzicht van alle soorten: http://www.plantago.nl/plantindex/plants/e/Erysimum/Erysimum.htm

Nu gaan we uiteraard verschillende tests doen met de andere cultivars welke de
beste vlinderlokker is :)

Vlinders mei 2011:
Kleine vos, Groot dikkopje, Koolwitje, Dagpauwoog, Atalanta

Een paar maanden geleden liep ik de lokale beken af op zoek naar waterplantjes voor in de vijver. Het zijn vuile beken vol met mest, dus ik verwachtte niet echt veel resultaat… .
Toch was er een bepaald plantje dat in heel grote getale voorkwam. Vermits het nog niet in bloei stond was het nog vrij moeilijk te determineren tot nu … .
Nu staan er witte bloemen op en zitten ze vol met zwarte kevertjes.
Wel, dat plantje is de witte waterkers (Nasturtium officinale),  Cresson (de fontaine) gelijk dat we zeggen.
Dat betekent dus dat ik kan oogsten … uit de vijver! Nooit gedacht dat mijn vijver de nieuwe groententuin zou worden. Anderzijds, er staat ook wateraardbei in (die overigens niet eetbaar is hoor), watermunt, … .

Even iets meer over dit plantje:
De witte waterkers behoort tot de kruisbloemfamilie, tot diezelfde familie behoren heel wat koolsoorten, look zonder look, pinksterbloem, radijs, koolzaad, mosterd … om er maar een paar op te noemen.
De naam Nasturtium is afgeleid van de Latijnse woorden ‘nasus’ neus en ‘tortium’ kwelling, omdat de bladeren bij het stuk wrijven een scherpe, mosterdachtige geur verspreiden, die het neusslijmvlies prikkelt.

De plant heeft een sterke radijssmaak en is rijk aan vitamine C, A, K, foliumzuur en mineralen zoals zwavel, ijzer en calcium.
In cellen en bij muizen had witte waterkers kankerbestrijdende, cholesterolverlagende en onstekingsremmende eigenschappen.
Er zijn aanwijzingen dat witte waterkers bij de mens carcinogenen in tabaksrook uit het lichaam kan elimineren.
De geneeskrachtige waarde vinden we ook terug in de soortnaam officinale, een plant die in de officine of de apotheek gebruikt werd.
Nu is hij vooral bekend om zijn hoge voedingswaarde en zijn mosterdolieglycosiden (iso-thyocinaten) met ontsmettende en sterk anti-oxidantwerking.

In het Engels wordt de naam ‘Nasturtium’ gebruikt voor de Oostindische kers, die ook wel wat naar radijzen smaakt, de bladeren van deze verwante plant smaken vrijwel net zo als die van witte waterkers. De naam ‘Oostindische kers’ onderstreept de overeenkomst in smaak (Oostindische kers is eigenlijk een kers-zonder-kers).
De naam Witte water­kers verwijst natuurlijk naar de witte bloemen die in of aan het water groeit; terwijl kers ontstaan is uit kres, van het Latijnse woord voor groeien: crescere.

Het blad kan gekookt als een soort spinazie worden klaargemaakt. Vers kan het in de salade.
De bloeitijd ligt tussen juni en september en wanneer de plant niet heeft gebloeid, kunnen de jonge uitlopers tot in de herfst worden geplukt. Ik ben dus al te laat … .
Voor consumptie worden alleen verse, jonge blaadjes gebruikt.

Het plantje staat op de rode lijst in vlaanderen; achteruitgaand …. je zou het niet zeggen, de beken in de buurt staan er bomvol van!

Recepten met waterkers kunnen jullie hier vinden.

Welke kevertjes er op voorkomen kan ik niet zeggen, misschien dat iemand anders dat weet?

Iedereen weet ondertussen dat m’n tuin grotendeels is ingericht om vlinders en bijen te lokken.
Vermits het een uitzonderlijk warme lente is zien we nu reeds heel wat vlinders.
Hoe kan je er nu voor zorgen dat jouw tuin ook een vlinderparadijs wordt?

De meest bekende vlinderlokker is de Vlinderstruik (Budleia), maar dat is uiteraard niet de enigste, en ook niet de beste vlinderlokker.
Alhoewel deze, uit China afkomstige, struik zeker bij de top 5 behoort hebben we nog heel wat alternatieven.
Voor mensen die zich afvragen op welke vlinderstruik nu de meeste vlinders lokt vinden we hier een onderzoek.
In de praktijk merk ik echter dat het vooral de paarse struiken zijn die de meeste vlinders lokken, maar wat belangrijker is is de locatie.
Vlinders houden niet van wind, dus hoe meer beschut je vlinderstruik staat, hoe meer vlinders normaalgezien.

De 2e grote vlinderlokker is de Verbena Bonariensis, waar Bart al eens een stukje heeft over geschreven. De Verbena bloeit iets later (eind juli-augustus) maar is een ware vlindermagneet. Plant de plant wel ergens achteraan uw border, want ze wordt rond de 1-2m hoog. Ze is zogezegd éénjarig, maar daar heb ik nog niks van gemerkt, in tegendeel… . De plant komt elk jaar terug en zaait zich enorm gemakkelijk uit, zoveel zelfs dat het soms een beetje begint te lijken op onkruid.
Maar goed, als onkruid vlinders lokt dan mag m’n tuin vol met onkruid staan (hm … brandnetel is de waardplant van een stuk of 6 vlinders….)!

Zeker goed voor een plaatsje in de top 3 is Leverkruid, Koninginnekruid, Eupatorium, of hoe je deze plant ook wil noemen. Net zoals de Verbena is dit ook een grote jongen, dus alweer ergens achteraan planten. Nog zo eentje die pas laat (augustus-september) begint te bloeien, net zoals de Asters.

Over asters gesproken, deze lokken ook heel veel vlinders, maar de beste lokkers zijn  de Aster novi-belgii en de Aster novae-angliae, late bloeiers, worden 2m hoog.

Een hele mooie plant die zeker niet moet onderdoen voor deze grote jongens is de Echinacea (Zonnehoed), u wellicht bekend. AnneTanne geeft u alle uitleg.

Het moeten niet altijd grote planten zijn, de kleintjes moeten zeker niet onderdoen. Zo hebben we bijvoorbeeld de Wilde Marjolein, waar zandoogjes gek op zijn. Een goede groeier, ideaal als bodembedekker en als kruid, uiteraard uitvoerig besproken hier. Let wel op dat je de wilde versie neemt, en geen cultivar, die blijken minder vlinders aan te trekken! Nog een kleintje is Bergsteentijm (Calamintha nepeta), ideaal voor muntvlindertjes enz.

Nog eentje die men zeker niet mag onderschatten (zeker niet voor zandoogjes) is de Knikkende wederik (Lysimachia clethroides), ik heb foto’s met 10 oranje zandoogjes op 1 plantje … .

Nog zo’n trekpleisters zijn Hyssop en  Monarda.
Hier volgen er nog een paar:
Judaspenning, lentebloeier, ideaal voor koolwitjes en eventueel eens een Oranjetip.
Nog een lentebloeier is de Vaste Muurbloem (Erysimum ‘Bowles Mauve’)
Scabiosa, een prachtige paarse bloem, trekt alles aan wat rondvliegt en Knautia.
Damastbloem (Hesperis matronalis)
Valeriaan (Valeriana officinalis)
Phlox (alle varianten) is ook steeds een schot in de roos.
Dan hebben we nog Lavendel (witjes), Sedum (heel goede vlinderlokker voor in de herfst), samen met de Struikklimop (1 vd laatste nectarvoorzieners).

Zo, als jullie deze bloemen aanplanten in de tuin geniet je vanop de tuintafel van al dat gefladder! Op een zomerse dag is het niet ongewoon een stuk of 30-40 vlinders te zien rondvliegen. Samen met de bijtjes (die je zeker niet storen op de tuintafel) zorgen ze voor een levendige tuin, veel leuker dan een paar saaie coniferen!

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.