Vermits ik naast natuurliefhebber een bierliefhebber ben, begin ik een nieuwe rubriek: kruidenbieren.
Neen, hier zal je zeker géén Inbev bieren zien, dus geen Leffe, Stella, Jupiler of Hoegaarden, hier zal je speciale biertjes leren kennen die véél beter zijn dan de welbekende.
Laat me beginnen met een biertje dat enkelen onder jullie misschien wel kennen: Gageleer. Het gaat hier namelijk over een bier dat gebrouwen is voor Natuurpunt en dat je in de meeste bezoekerscentra kan degusteren. Je kan het bier uiteraard ook terugvinden in de gespecialiseerde drankenhandel.
Het bier wordt gebrouwen in de Proefbrouwerij te Lochristi.
Een deel van de opbrengst van dit bier gaat naar Natuurpunt! Voor een liter bier gaat er ongeveer 10 cent naar de natuurvereniging.
Het bier is kruidig met een toets van peper en eucalyptus. Al mis ik wel wat bitterheid, het blijft één van de betere bieren!
Het is een verfrissend bier maar door zijn alcoholgehalte van 7,5 % toch een stevige.
Even wat meer info over de Gagel:
Gagel (Myrica gale L.)
Volksnamen:
Vlooienkruid, mottenhout, mosselkruid, bessemhout
Gebruikt deel:
de blaadjes, vers of gedroogd
Biotoop:
Wilde gagel komt voor op zonnige plaatsen op natte, zure, voedselarme, venige grond, op heidevelden, in moerasbossen en laagveenmoerassen, of
langs oude rivierbeddingen; soms ook op kalkarme plaatsen in de duinen. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als algemeen
voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen.
Beschrijving:
Gagel is een overblijvende, bladverliezende aromatische struik die 0,6 tot 1,5 meter hoog wordt. Op de roodbruine takken staan tot 4 cm lange, dof
grijsgroene, leerachtige blaadjes die breder bij de top zijn dan bij de steel en aan de top getand zijn. Op de onderkant zitten harspuntjes met
harsklieren, die etherische olie produceren; deze komt vrij als je de blaadjes wrijft. Deze aromatische blaadjes smaken bitter.
De plant bloeit in april en mei; de katjes verschijnen vóór de bladeren aan de twijgen. Meestel heeft een struik óf mannelijke, óf vrouwelijke katjes,
maar eenzelfde struik kan ―van geslacht wisselen door het ene jaar mannelijke en het andere jaar vrouwelijke katjes te dragen. De mannelijke
zijn langwerpig, bleekgroen en 10 à 15 mm; de vrouwelijke zijn meer gedrongen, bleekbruin, en 5 à 6 mm groot. Gagel heeft geen honingklieren,
waardoor de bloemen niet bezocht worden door de bijen.
Gagel groeit met lange ondergrondse uitlopers. Aan de wortels zitten knolletjes in wisselende grootte; deze bevatten een zwam/schimmel
(mycelium) en dienen om stikstof in op te slaan die niet via het blad uit de lucht wordt opgenomen maar uit de grond. Daarmee kan gagel moeilijke
tijden overbruggen.
Gebruik:
Gagel was meestal het hoofdbestanddeel van gruut. De plattelandsbevolking gebruikte blad en takken om muggen te verdrijven.
Vroeger legde men bladeren en takken van de gagel onder de beddenzak om luizen, vlooien en motten te verdrijven (―mottekruid, ―vlooienhout).
Een bosje gagel in de kleerkast was een afweermiddel tegen motten.
De struik werd beschouwd als een medicinale plant, bijvoorbeeld bij kiespijn. Momenteel wordt gagel niet meer gebruikt in de
volksgeneeskunde. Gagel werd ook als toverplant beschouwd.
De looizuurhoudende bast wordt toegepast bij het leerlooien. De gele bloemknoppen worden als verfstof gebruikt.
De blaadjes werden vroeger gebruikt om spijzen wat meer smaak te geven, als goedkoper alternatief voor dure geïmporteerde spijzen. Het wordt nog
wel eens gebruikt bij mosselen. Het zou in groentengerechten een interessant alternatief voor laurier kunnen zijn (meekoken, en dan
verwijderen voor het serveren). De struik werd en wordt nog gebruikt voor het maken van bezems (―bessemhout).
De gagelstruik is het symbool van de natuur- en milieuvereniging “De Gagel” actief in Balen en Mol – België.
Gebruik in bier ed:
Dodoens schreef in 1644:
“De vrucht wordt op verscheyden plaetsen in bier ghesoden oft ghebrouwt ende maeckt den mensche seer haest droncken”.
In een oude Nederlandse tekst over gagel staat dat het aan bier een “seer dronkenmannende kracht gaf”.
Gagel wordt nog regelmatig gebruikt in bier en andere dranken, voor de bitterheid en om de houdbaarheid te verbeteren. Bij het Duitse Grutbier
wordt het gebruikt in de plaats van hop. In Denemarken maakt men Porsesnaps, een zachte gagel-jenever. In België is de Gageleer het meest
bekende bier waarin gagel verwerkt wordt. In bezoekerscentra van verschillende natuurgebieden staat een gagelbier op de kaart.
De aromatische olie uit de harsklieren is giftig en roesverwekkend, maar slechts in lichte mate, dus nauwelijks gevaarlijk. Vroeger werden ook
toxische kruiden verwerkt in bier, om de roesverwekkende eigenschappen van alcohol te versterken; zo was bilzekruid in vroeger tijden vrij populair in bier.


Bronnen:
Compendium van Rituele Planten in Europa
Groot handboek geneeskrachtige planten (Dr Geert Verhelst)
Wikipedia