Feeds:
Berichten
Reacties

Buiten is het meestal nog veel te koud en te nat om iets te ondernemen in de moestuin.
In de serre, plastic tunnel,  koude bak of veranda kunnen we echter al heel wat doen.

mokumZo kunnen we al starten met bepaalde vroege wortelrassen, zoals ‘Mokum’ en ‘Amsterdamse bak’.
In theorie kan je die reeds in januari zaaien, maar uit ervaring merk ik dat ze toch niet opkomen omdat het nog te koud is in de tunnelserre. (De Mokum die ik gezaaid heb op 27/12 kwamen pas uit op 02/02, en dan hebben we nog een zachte winter … .)
De kiemplanten van de wortel zijn ongevoelig voor vriestemperaturen tot -6°. (let wel, oogstbare wortels kunnen daar niet tegen, die kan je dus niet op het veld laten liggen tijdens de winter)
In de tunnel kan je eventueel nog een plastic leggen op de plek waar je de wortels gezaaid hebt.
De wortels zijn dan oogstbaar vanaf juni.
Om regelmatig wortels te oogsten kan je ze om de 3 weken zaaien, buiten zaaien we pas vanaf eind maart/begin april.
Let op, slakken zijn gek op wortelzaailingen!

Spinazie kunnen we zaaien vanaf januari. Je kan eventueel binnen voorzaaien. Van zodra de kiemaplantjes boven komen kan je  ze uitplanten in de serre.

tuinboonTuinbonen (labbonen), peulen en erwten kunnen nu ook gezaaid worden.
De tuinbonen kunnen (in theorie) reeds in oktober/november gezaaid worden mits een zachte winter.
Er zijn bepaalde soorten die meer geschikt zijn voor heel vroege teelt, zoals bvb ‘Aquadulce’ of ‘Sutton dwarf’.
Indien het vriest merk je dat de planten het hoofd laten hangen maar dat is normaalgezien geen probleem. Een beetje middagzon en ze staan weer recht.
Eind januari, begin februari kunnen we de vroege erwten en peulen zaaien. Geschikte rassen zijn bvb ‘Feltham First’ & ‘Peul Heraut’.

Rode biet, radijzen, veldsla, vroege bloemkool & koolrabi kunnen ook reeds gezaaid worden.

Tijdens de wintermaanden valt er niet veel te doen in de moestuin; het is te koud, te nat, en vooral … er is te weinig licht.
Voor sommige groenterassen is het aan te raden om binnen voor te zaaien, vooral de soorten die trager groeien zoals bvb Aubergine, pepers & paprika.
Tomaten & komkommers groeien veel sneller, die kan je gerust in maart/april zaaien.
Je kan die op de vensterbank plaatsen, maar dan krijg je planten die snel (te) lang worden en die steeds naar het licht gaan groeien.
Als je geen veranda hebt kan je beter werken met groeilampen.
Die kan je in alle maten en soorten kopen in de winkel, maar deze zijn meestal vrij prijzig.
Je kan echter, mits wat knutselwerk, zelf een goed alternatief maken.

Wat heb je nodig: een oud boekenrek, een aantal 18W TL-lampen, stekkers en elektriciteitsdraad.
Voor de boekenkast gebruik je best een waarvan de legplanken in de hoogte verstelbaar zijn, de planten groeien namelijk vrij snel en je wilt niet dat ze tegen de lamp aangroeien.
Ik gebruik 1 lamp per legplank, maar je kan er ook 2 naast elkaar plaatsen.
Koop de TL armatuur (60cm) bvb in de Gamma (Nederland). 18W TL armatuur in NL is 8€, in BE: 13€  (6500K)
Je dient wel nog stekkers en draad te kopen (eventueel met schakelaar).
Monteer de snoer met stekker (niet inclusief dus) aan het suikertje in de armatuur.
18W armatuur

Nu nog de armatuur aan de plank vijzen en de planten eronder:
kweektoren

Tuinbonen

IMG_0435Tuinbonen, of ‘labbonen’ zijn  één van de vroegste planten die je in de groententuin kan zaaien.
Het gezegde gaat als volgt:  ‘wie tuinbonen wil eten mag februari niet vergeten’, dat hebben we dus gedaan.
Ik heb ze in februari gezaaid in de serre, en in maart uitgeplant. Ze kunnen heel goed tegen de kou, lichte vriestemperaturen deert hen niet.
In feite kan je ze het best zo vroeg mogelijk uitplanten, dan zijn ze minder vatbaar voor ziektes en luisaantastingen.
Op mijn planten zie ik nog steeds geen luizen, maar misschien is dat omwille van het feit dat er dille tussen staat.
Die dille heeft zichzelf uitgezaaid in de groententuin, en blijkt dus dat luizen daar niet van moeten weten … handig.

Op zicht een makkelijke plant , ook voor wie nog weinig ervaring heeft in de moestuin.
Mochten er bladluizen aanwezig zijn kan je steeds de jonge toppen plukken.
Het enigste wat je eventueel moet doen is een touw spannen zodanig dat de planten niet omvallen. Klimmen doen ze niet.

Voor het plukken van de bonen doe je het best handschoenen aan; de planten bevatten immers tannine, die een zwarte kleur op je handen achterlaat.

Ze staan op dit moment in bloei, nog even wachten en we kunnen oogsten!

IMG_0433

… België!

Het is niet altijd makkelijk om deze diertjes te fotograferen in een aquarium … ze zijn klein, ze bewegen bijna constant, toch heb ik er enkele op foto.

(ik hoop dat de naamgeving een beetje correct is … verbeter mij gerust)

De poelslak en kikkervisje

slak + kikkervis 800x600

Een larve van de eendagsvlieg

eendagsvlieg De eendagsvliegen behoren in geen enkel opzicht tot de vliegen of de muggen, zij vormen een geheel zelfstandige insecten-orde.
De meeste eendagsvliegen (of haften) voeden zich met algenaanslag op stenen en waterplanten (en dus ook de ruiten van het aquarium) en met organische slijdeeltjes.
De volwassen larven (dit exemplaar dus) herkent men aan de zwartbruine vleugelscheden di al tot aan het eerste achterlijfsegment reiken.
Onder de laatste larvehuid ontwikkelt zich de huid van het gevleugeld insect. Er verzamelt zich steeds meer lucht tussen deze beide huidlagen, waardoor het dier tenslotte als een kurk op het wateroppervlak komt te drijven. De metamorfose vindt bijna altijd in de avondschemering plaats.
Het uitkomen duurt meestal slechts enkele seconden, ten hoogste een minuut.
Het uit de larvehuis gekropen dier is echter nog niet geslachtsrijp, maar in een voorstadium, die zich nog voor een laatste maal moet vervellen, voordat het dier geslachtsrijp is.
De duur van dit subimago ligt tussen enkele minuten en ongeveer 30 uur.
Afhankelijk van de soort leven de geslachtsrijpe eendagsvliegen slechts enkele uren tot 2 à 3 dagen.
Met hun monddelen kunnen kan géén voedsel opgenomen worden.
Overdag zitten de dieren in een schuilplaats verborgen. Pas enkele uren voor zonsondergang begint het paringsspel.
Het zijn de mannetjes die zwermen vormen. De vrouwtjes zoeken een zwerm op, paren met een mannetje en zetten korte tijd later al de eitjes af op het water.
Bij de meeste soorten duurt het larvestadium een jaar.

 

 

Een witte muggenlarve

muggenlarve Dit zijn vrijzwemmende larven van de kriebelmug. (eentje die niet steekt!) De meeste muggenlarven groeien het beste in water dat stilstaat.
Ze hebben maar een kleine hoeveelheid water nodig om te groeien. Zwarte en rode muggenlarven eten vooral algen. Witte muggenlarven jagen op zoöplankton en watervlooien.
Met behulp van luchtblaasjes blijven ze in evenwicht met het water, en drijven ongezien door de sloot, zwemmend met sprongbewegingen.
Ze worden ongeveer 1 cm tot 1,5 cm lang.
Behalve de ogen zijn er ook twee vlekken op de rug.

Een prachtige fotoreeks kan je hier zien, de moeite waard!

De platworm

platworm

Ik ben niet 100% zeker of dit wel een platworm is … iemand enig idee welke soort?

 

 

 

 

De watervlooien

rivierkreeftjes

Watervlooien hebben net als bladluizen de eigenschap om in heel korte tijd tot onwaarschijnlijk grote aantallen toe te kunnen nemen. Voor de duidelijkheid, watervlooien hebben niks uit te staan met ‘echte’ vlooien. Dat geldt ook voor bladluizen en ‘echte’ luizen. Wel kunnen ze zich allemaal heel snel voortplanten.
De grootste watervlooien kunnen zo’n halve centimeter groot worden. Ze eten bacteriën en algen die ze uit het water filteren. Dat doen ze door met hun poten water onder hun pantser te pompen. Op de poten zitten een soort borstels die als filter dienen.
De mannetjes van de watervlooien zijn veel kleiner dan de wijfjes. Dat komt omdat mannetjes geen broedruimte in hun lichaam hebben en wijfjes wel.
Het mannetje heeft beter ontwikkelde antennen (voelsprieten) dan het wijfje Watervlooien bezitten twee paar van deze nuttige instrumenten. Het tweede paar wordt gebruikt om te zwemmen en met het veel kleinere eerste paar kunnen ze ruiken en proeven. De betere ontwikkeling van deze eerste antennen bij de mannetjes zal dus wel te maken hebben met het vinden van de wijfjes.
Ik vermoed dat we op deze foto een mannetje én een vrouwtje zien.

De libellenlarve

libellenlarve

Meneer of mevrouw libel wou niet stilzitten, vandaar deze eerder wazige foto … .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit was het eerste deel van de onderwaterwereld in het aquarium.

Er zitten echter nog véél meer beestjes in die ik (nog) niet kon fotograferen … die zijn voor later!

kruisbesbladwespDaar zijn ze weer, de kleine groene rupsen op m’n kruisbessen.
Als ik deze kleine beestjes er niet handmatig afhaal is m’n stekelbes-struikje op een week tijd al z’n bladeren kwijt.
Ik vermoed dat er nog tuiniers zijn die last hebben van deze algemeen voorkomende rups; groen lijf en zwarte kop.
In feite gaat het hier om een ‘pseudo rups’, het is namelijk de larve van de  gele bessenbladwesp (Nematus ribesii of Pteronidea ribesii).
Toch komen ze niet op al m’n kruisbessen, ze pikken er altijd dat ene struikje uit (waar het naamkaartje van verdwenen is …).
Eens deze plant helemaal kaalgevreten verhuizen ze wel naar de andere struiken hoor, zo zijn ze wel.
Wanneer de kleine larfjes net uitkomen, beginnen ze allemaal te eten op hetzelfde blad. Dit geeft zeer typische perforaties in het blad . In dat stadium is het zeer gemakkelijk om de snoodaards te vernietigen door het blad tussen je vingers te wrijven. Dit is voldoende om de 3 mm grote larven te doden… .
Mede-tuiniers, houd uw kruisbessen in de gaten!

Dit weekend was het iets frisser, een ideaal weerte voor enkele werkjes in de tuin!

Zaterdagmorgen begonnen met de voortuin een 2e keer te frezen, vermits ik nu eindelijk beslist heb over de afwerking ervan.
Voor de parkeerplaatsen heb ik beslist om treinbielden te gebruiken.

IMG_0360 IMG_0361
3e keus was dat 5€/stuk, dat is nog een vrij goedkope en rustieke oplossing.
Maar dat was dan wel 1700kg aan balken in de camionet, we hebben het maar in twee keer gedaan… .

Ook de hopplanten staan niet stil … .

IMG_0365

Ondertussen nog een deel van de weide gefreesd vermits daar de pas geleverde tunnelserre moet komen.

Eens dat gedaan, serre opgezet, verstevigen met een stuk of 100 stenen, alles effen gemaakt, plantbedden gemaakt, beetje bemest, beetje geraakt, plantjes gezaaid, plantjes geplant, banaaplant naar de serre, tomatenplanten verhuisd enz.

IMG_0352 IMG_0355

Oja, nog 10 bessenstruikjes erbij:

IMG_0353

en ondertussen hebben we 2 konijnen, vlaamse reuzen:

IMG_0349

IMG_0350

IMG_0358

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En in het aquarium is ook al heel wat leven:
IMG_0346

IMG_0347

Hop

Ziezo, bij deze staat er een heuse hop-plantage in de vooortuin van boer Thomas. De mensen op straat kijken ook raar als ze de 4m hoge palen zien staan … .

hop

Een beetje meer info over hop:

Hop is een van de twee leden van de plantenfamilie Cannabinaceae.  Die omvat hennep en cannabis . Wishful thinkers;  Cannabis en hop kan men niet kruisen…
Er zijn slechts twee erkende soorten hop: Humulus lupulus en Humulus japonicus.
Humulus japonicus is een éénjarige met vrijwel geen harsen en nutteloos voor brouwen, hoewel het een zeer aantrekkelijk plant is.
De humulus lupulus is winterhard en heeft een lange levensduur,  onder goede omstandigheden produceert elke plant tot 0,8 kg  per jaar.

De plant heeft een permanente wortelstok die tot 3.6m in de grond kan groeien en die tot 25 jaar kan worden.
Het eerste jaar beperkt de groei zich tot een 2-tal meter, vermits de plant al z’n energie steekt in de vorming van de wortels.
Elk voorjaar ontspringen nieuwe hopscheuten die mbv kleine haartjes aan de stengel en de rug van de bladeren naar boven klimmen.
De planten sterven elk jaar helemaal af tot aan de grond en kunnen op 1 jaar tijd tot wel 9m hoog worden. (De palen in Poperinge zijn 8m)
Omdat ze zo snel groeien hebben de planten veel zon, water en mest nodig.
De plant zal eerst zoveel mogelijk vertikaal groeien om pas nadat ze de top bereikt heeft horizontaal groeiende bloeistengels te ontwikkelen.

Hop heeft mannelijke en vrouwelijke planten. Voor de plantage gebruiken we alleen de vrouwelijke planten, deze produceren dan uiteindelijk de hop-bellen.
Daarvan gebruikt de brouwer de ‘lupuline’.
Lupuline bestaat uit bitterstoffen (zachte en harde harsen), hopoliën (essentiële oliën) en looistoffen (tannines). Het maakt het bier bitter, heeft een conserverende, rustgevende/kalmerende en geneeskrachtige werking.
De bitterstoffen in hop bestaan voor een groot gedeelte uit alfazuren, die zeer lichtgevoelig zijn. Andere hopbitterstoffen, maar in veel mindere hoeveelheden aanwezig in bier, zijn betazuren.
Hop moet gekookt worden, omdat de alfazuren slecht oplosbaar zijn, waardoor ze hun bitterheid slecht afgeven aan het bier. Door verhitting en de aanwezigheid van water (koken) worden de alfazuren omgezet in goed oplosbare iso-alfazuren (zogenaamde isomeratie proces).
hop

Bij het brouwproces gebruiken we 2 soorten hop, de bitterhop en de aromahop. Bitterhop bevat meer lupiline dan de aromahop.
Aromahop is hop, die als belangrijkste functie heeft om het bier aroma te geven. Deze hop wordt pas aan het eind van de kookperiode toegevoegd, omdat anders de aromatische oliën te snel zouden verdampen tijdens het kookproces. Veel aromahoppen hebben een lage bitterheid. (voorbeelden van aromahop: Fuggles, Saaz, Santiam, Saxon, Styrian, Tettnanger, Ultra, Willamette )
Bitterhop is een type hop, die als belangrijkste functie heeft om het bier zijn bitterheid en houdbaarheid te geven. Deze bitterheid is te danken is aan het hoge gehalte aan alfazuren. Bitterhop wordt meestal aan het begin van het brouwproces toegevoegd, zodat de bitterstoffen goed uit de hop gehaald kunnen worden. (voorbeelden van bitterhop: Brewers Gold, Chinook, Galena, Magnum, Merkur, Northern Brewer, Nugget, Target, Yeoman)

In totaal staan er nu 14 planten, een combinatie van bitterhoppen en aromahoppen.
Het is de bedoeling die te gebruiken voor een Orval-kloon waar we deze zomer verschillende versies van gaan maken.

hop