Feeds:
Berichten
Reacties

Algemene info:
Familie: Brassicaceae
Nederlandse benaming: muurbloem
Winterhardheid: goed winterhard
Bloeimaanden: mei – augustus
Standplaats: Planten die voorkeur geven aan een plaats waar het zomers zonnig
en droog is, kan ook als rotsplant gebruikt worden.
Arme goed afwaterende grond bevorderd de levensduur – gedijt in droog en heet klimaat.
Aantal planten per m²: 6-8 planten /m²
Grootte: 0.5/1m

Eigen info:

De plant heeft een houterige stam en wordt niet zo oud (3-4j) en kan je beter
stekken, want ze produceert bijna geen zaden. Met stekpoeder is het niet
moeilijk om  wortelvorming  te krijgen. Stekken kunnen genomen worden in
april.

Omwille van de vrij vroege (april/mei) en vrij lange (tem augustus) bloeitijd
is ze heel interessant voor de vlinderborder. Het is belangrijk dat je in
elk seizoen bloeiende planten hebt. De bloem lokt in mei reeds kleine vos,
dikkopjes, koolwitjes, atalanta en dagpauwoog. De plant is niet alleen geschikt
voor vlinders, bijen komen er ook op af.

Voor een compleet overzicht van alle soorten: http://www.plantago.nl/plantindex/plants/e/Erysimum/Erysimum.htm

Nu gaan we uiteraard verschillende tests doen met de andere cultivars welke de
beste vlinderlokker is :)

Vlinders mei 2011:
Kleine vos, Groot dikkopje, Koolwitje, Dagpauwoog, Atalanta

Een paar maanden geleden liep ik de lokale beken af op zoek naar waterplantjes voor in de vijver. Het zijn vuile beken vol met mest, dus ik verwachtte niet echt veel resultaat… .
Toch was er een bepaald plantje dat in heel grote getale voorkwam. Vermits het nog niet in bloei stond was het nog vrij moeilijk te determineren tot nu … .
Nu staan er witte bloemen op en zitten ze vol met zwarte kevertjes.
Wel, dat plantje is de witte waterkers (Nasturtium officinale),  Cresson (de fontaine) gelijk dat we zeggen.
Dat betekent dus dat ik kan oogsten … uit de vijver! Nooit gedacht dat mijn vijver de nieuwe groententuin zou worden. Anderzijds, er staat ook wateraardbei in (die overigens niet eetbaar is hoor), watermunt, … .

Even iets meer over dit plantje:
De witte waterkers behoort tot de kruisbloemfamilie, tot diezelfde familie behoren heel wat koolsoorten, look zonder look, pinksterbloem, radijs, koolzaad, mosterd … om er maar een paar op te noemen.
De naam Nasturtium is afgeleid van de Latijnse woorden ‘nasus’ neus en ‘tortium’ kwelling, omdat de bladeren bij het stuk wrijven een scherpe, mosterdachtige geur verspreiden, die het neusslijmvlies prikkelt.

De plant heeft een sterke radijssmaak en is rijk aan vitamine C, A, K, foliumzuur en mineralen zoals zwavel, ijzer en calcium.
In cellen en bij muizen had witte waterkers kankerbestrijdende, cholesterolverlagende en onstekingsremmende eigenschappen.
Er zijn aanwijzingen dat witte waterkers bij de mens carcinogenen in tabaksrook uit het lichaam kan elimineren.
De geneeskrachtige waarde vinden we ook terug in de soortnaam officinale, een plant die in de officine of de apotheek gebruikt werd.
Nu is hij vooral bekend om zijn hoge voedingswaarde en zijn mosterdolieglycosiden (iso-thyocinaten) met ontsmettende en sterk anti-oxidantwerking.

In het Engels wordt de naam ‘Nasturtium’ gebruikt voor de Oostindische kers, die ook wel wat naar radijzen smaakt, de bladeren van deze verwante plant smaken vrijwel net zo als die van witte waterkers. De naam ‘Oostindische kers’ onderstreept de overeenkomst in smaak (Oostindische kers is eigenlijk een kers-zonder-kers).
De naam Witte water­kers verwijst natuurlijk naar de witte bloemen die in of aan het water groeit; terwijl kers ontstaan is uit kres, van het Latijnse woord voor groeien: crescere.

Het blad kan gekookt als een soort spinazie worden klaargemaakt. Vers kan het in de salade.
De bloeitijd ligt tussen juni en september en wanneer de plant niet heeft gebloeid, kunnen de jonge uitlopers tot in de herfst worden geplukt. Ik ben dus al te laat … .
Voor consumptie worden alleen verse, jonge blaadjes gebruikt.

Het plantje staat op de rode lijst in vlaanderen; achteruitgaand …. je zou het niet zeggen, de beken in de buurt staan er bomvol van!

Recepten met waterkers kunnen jullie hier vinden.

Welke kevertjes er op voorkomen kan ik niet zeggen, misschien dat iemand anders dat weet?

Iedereen weet ondertussen dat m’n tuin grotendeels is ingericht om vlinders en bijen te lokken.
Vermits het een uitzonderlijk warme lente is zien we nu reeds heel wat vlinders.
Hoe kan je er nu voor zorgen dat jouw tuin ook een vlinderparadijs wordt?

De meest bekende vlinderlokker is de Vlinderstruik (Budleia), maar dat is uiteraard niet de enigste, en ook niet de beste vlinderlokker.
Alhoewel deze, uit China afkomstige, struik zeker bij de top 5 behoort hebben we nog heel wat alternatieven.
Voor mensen die zich afvragen op welke vlinderstruik nu de meeste vlinders lokt vinden we hier een onderzoek.
In de praktijk merk ik echter dat het vooral de paarse struiken zijn die de meeste vlinders lokken, maar wat belangrijker is is de locatie.
Vlinders houden niet van wind, dus hoe meer beschut je vlinderstruik staat, hoe meer vlinders normaalgezien.

De 2e grote vlinderlokker is de Verbena Bonariensis, waar Bart al eens een stukje heeft over geschreven. De Verbena bloeit iets later (eind juli-augustus) maar is een ware vlindermagneet. Plant de plant wel ergens achteraan uw border, want ze wordt rond de 1-2m hoog. Ze is zogezegd éénjarig, maar daar heb ik nog niks van gemerkt, in tegendeel… . De plant komt elk jaar terug en zaait zich enorm gemakkelijk uit, zoveel zelfs dat het soms een beetje begint te lijken op onkruid.
Maar goed, als onkruid vlinders lokt dan mag m’n tuin vol met onkruid staan (hm … brandnetel is de waardplant van een stuk of 6 vlinders….)!

Zeker goed voor een plaatsje in de top 3 is Leverkruid, Koninginnekruid, Eupatorium, of hoe je deze plant ook wil noemen. Net zoals de Verbena is dit ook een grote jongen, dus alweer ergens achteraan planten. Nog zo eentje die pas laat (augustus-september) begint te bloeien, net zoals de Asters.

Over asters gesproken, deze lokken ook heel veel vlinders, maar de beste lokkers zijn  de Aster novi-belgii en de Aster novae-angliae, late bloeiers, worden 2m hoog.

Een hele mooie plant die zeker niet moet onderdoen voor deze grote jongens is de Echinacea (Zonnehoed), u wellicht bekend. AnneTanne geeft u alle uitleg.

Het moeten niet altijd grote planten zijn, de kleintjes moeten zeker niet onderdoen. Zo hebben we bijvoorbeeld de Wilde Marjolein, waar zandoogjes gek op zijn. Een goede groeier, ideaal als bodembedekker en als kruid, uiteraard uitvoerig besproken hier. Let wel op dat je de wilde versie neemt, en geen cultivar, die blijken minder vlinders aan te trekken! Nog een kleintje is Bergsteentijm (Calamintha nepeta), ideaal voor muntvlindertjes enz.

Nog eentje die men zeker niet mag onderschatten (zeker niet voor zandoogjes) is de Knikkende wederik (Lysimachia clethroides), ik heb foto’s met 10 oranje zandoogjes op 1 plantje … .

Nog zo’n trekpleisters zijn Hyssop en  Monarda.
Hier volgen er nog een paar:
Judaspenning, lentebloeier, ideaal voor koolwitjes en eventueel eens een Oranjetip.
Nog een lentebloeier is de Vaste Muurbloem (Erysimum ‘Bowles Mauve’)
Scabiosa, een prachtige paarse bloem, trekt alles aan wat rondvliegt en Knautia.
Damastbloem (Hesperis matronalis)
Valeriaan (Valeriana officinalis)
Phlox (alle varianten) is ook steeds een schot in de roos.
Dan hebben we nog Lavendel (witjes), Sedum (heel goede vlinderlokker voor in de herfst), samen met de Struikklimop (1 vd laatste nectarvoorzieners).

Zo, als jullie deze bloemen aanplanten in de tuin geniet je vanop de tuintafel van al dat gefladder! Op een zomerse dag is het niet ongewoon een stuk of 30-40 vlinders te zien rondvliegen. Samen met de bijtjes (die je zeker niet storen op de tuintafel) zorgen ze voor een levendige tuin, veel leuker dan een paar saaie coniferen!

Zonnekloppers

Wat is het leven goed in een poel zonder al teveel vijanden …
Af en toe eens naar boven voor een hapje lucht, en dan terug naar het ‘strand’.

En nog een azuurtje:

De determinatie van blauwe waterjuffers is niet eenvoudig, dat blijkt ondermeer door het exemplaar deze middag bij de vijver.
Op het eerst zicht zag ik een Lantaarntje vliegen … althans, dat dacht ik. Gelukkig maakte ik een foto, want het blijkt helemaal geen Lantaarntje te zijn. M’n libellengids maakte me niet veel wijzer, de vele foto’s op het internet ook niet direct, tot ik het volgende artikel tegenkwam:
http://www.vlindernet.nl/doc/dvs/pdf/200905_Blauwe_waterjuffers_hulp_bij_determinatie.pdf
Hoe determineren we nu zulk een moeilijk geval … .

Men beginne bij de bepaling van he geslacht … niet zo eenvoudig bij een klein vliegend stokje, maar het valt in feite wel mee.

Bij alle soorten libellen kun je mannetjes van vrouwtjes onderscheiden doordat bij
mannetjes onder het begin van het achterlijf een kleine verdikking zit (2).
Dit is het secundaire geslachtsorgaan, en alleen mannetjes hebben dit.

Vrouwtjes hebben een verdikking achteraan het achterlijf, dit is de legboor (1).
Van de zijkant gezien is dit vrij goed zichtbaar .

Bij mijn  exemplaar zien we dus duidelijk de legboor, een vrouwtje dus.
Vermits het geen volledig rood exmplaar is (Vuurjuffer) en ook geen rode ogen heeft (Roodoogjuffer) zitten we bij de ‘blauwe juffers, en dan begint het moeilijk te worden.
Dan beginnen we eerst met te kijken of er een ‘lantaarntje’ aanwezig is, dat is een volledig blauwe plek op het voorlaatste (S8) of het laatste segment (S9). Het Lantaarntje is S8, de Tengere grasjuffer is S9.

Nu komen de moeilijke gevallen.
Ik ga niet teveel in detail gaan,  het meeste kan je hier lezen.

Als ik het juist heb, is dit dus een vrouwtje Azuurwaterjuffer:
Vrouwtjes hebben iha een volledig zwart achterlijf en kunnen het beste aan de hand van het halsschildje geïdentificeerd worden.
Volwassen vrouwtjes zijn meestal groen met een bijna geheel zwart achterlijf, maar soms blauw, terwijl ook het achterlijf deels blauw kan zijn. Deze exemplaren zijn makkelijk te verwarren met vrouwtjes van de Variabele Waterjuffer. Ook dan is het halsschildje bepalend: aan de achterrand zwak gegolfd, zonder witte vlekken.
De vrouwtjes kunnen enorm verschillen kwa kleur naar gelang de leeftijd, kijk steeds naar het halsschild.
Bij de Variabele waterjuffer komen op het halsschild 2 vlekjes voor, bij de Azuurjuffer niet.
De website die me het meest geholpen heeft met de determinatie:
http://libellen.goyatlah.nl/taxa/Azuurwaterjuffer.html

En hier is ze dan:
Azuurwaterjuffer – vrouwtje (Coenagrion puella), hopelijk heb ik nu wel gelijk na 45min determinatie :-)

Kuikens

Daar zijn ze dan, de eerste kuikens van 2011. Zoals gewoonlijk zijn mijn kiekens niet echt van de slimste … ze wisselen hun broedsel af met 2 moeders, een Vlaanderse Koekoek en een Brahma kriel. Ze zaten op 15 eieren, maar eens de eerste kuikens uitkomen, 2 that is, stoppen ze met broeden!

Volgend jaar koop ik mij toch eens een broedmachine zodanig dat de overgebleven eieren ook uitkomen. Tis nu toch echt wel zonde dat er 13 niet uitkomen.
Maar goed, 1 van de 2 gaat een Vlaanderse Koekoek worden (de zwarte) en de andere een zuivere Brahma kriel zoals de mama.

Gisteren ben ik een rups tegengekomen op m’n rabarber waarvan ik totaal niet weet van welke vlinder ze is.
Op het rupsenzoeksysteem van Vlindernet kan ik ze alleszins niet vinden.

Heef iemand enig idee welke vlinder bij deze rups hoort?

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.