
Iedereen weet ondertussen dat m’n tuin grotendeels is ingericht om vlinders en bijen te lokken.
Vermits het een uitzonderlijk warme lente is zien we nu reeds heel wat vlinders.
Hoe kan je er nu voor zorgen dat jouw tuin ook een vlinderparadijs wordt?
De meest bekende vlinderlokker is de Vlinderstruik (Budleia), maar dat is uiteraard niet de enigste, en ook niet de beste vlinderlokker.
Alhoewel deze, uit China afkomstige, struik zeker bij de top 5 behoort hebben we nog heel wat alternatieven.
Voor mensen die zich afvragen op welke vlinderstruik nu de meeste vlinders lokt vinden we hier een onderzoek.
In de praktijk merk ik echter dat het vooral de paarse struiken zijn die de meeste vlinders lokken, maar wat belangrijker is is de locatie.
Vlinders houden niet van wind, dus hoe meer beschut je vlinderstruik staat, hoe meer vlinders normaalgezien.
De 2e grote vlinderlokker is de Verbena Bonariensis, waar Bart al eens een stukje heeft over geschreven. De Verbena bloeit iets later (eind juli-augustus) maar is een ware vlindermagneet. Plant de plant wel ergens achteraan uw border, want ze wordt rond de 1-2m hoog. Ze is zogezegd éénjarig, maar daar heb ik nog niks van gemerkt, in tegendeel… . De plant komt elk jaar terug en zaait zich enorm gemakkelijk uit, zoveel zelfs dat het soms een beetje begint te lijken op onkruid.
Maar goed, als onkruid vlinders lokt dan mag m’n tuin vol met onkruid staan (hm … brandnetel is de waardplant van een stuk of 6 vlinders….)!
Zeker goed voor een plaatsje in de top 3 is Leverkruid, Koninginnekruid, Eupatorium, of hoe je deze plant ook wil noemen. Net zoals de Verbena is dit ook een grote jongen, dus alweer ergens achteraan planten. Nog zo eentje die pas laat (augustus-september) begint te bloeien, net zoals de Asters.
Over asters gesproken, deze lokken ook heel veel vlinders, maar de beste lokkers zijn de Aster novi-belgii en de Aster novae-angliae, late bloeiers, worden 2m hoog.
Een hele mooie plant die zeker niet moet onderdoen voor deze grote jongens is de Echinacea (Zonnehoed), u wellicht bekend. AnneTanne geeft u alle uitleg.
Het moeten niet altijd grote planten zijn, de kleintjes moeten zeker niet onderdoen. Zo hebben we bijvoorbeeld de Wilde Marjolein, waar zandoogjes gek op zijn. Een goede groeier, ideaal als bodembedekker en als kruid, uiteraard uitvoerig besproken hier. Let wel op dat je de wilde versie neemt, en geen cultivar, die blijken minder vlinders aan te trekken! Nog een kleintje is Bergsteentijm (Calamintha nepeta), ideaal voor muntvlindertjes enz.
Nog eentje die men zeker niet mag onderschatten (zeker niet voor zandoogjes) is de Knikkende wederik (Lysimachia clethroides), ik heb foto’s met 10 oranje zandoogjes op 1 plantje … .
Nog zo’n trekpleisters zijn Hyssop en Monarda.
Hier volgen er nog een paar:
Judaspenning, lentebloeier, ideaal voor koolwitjes en eventueel eens een Oranjetip.
Nog een lentebloeier is de Vaste Muurbloem (Erysimum ‘Bowles Mauve’)
Scabiosa, een prachtige paarse bloem, trekt alles aan wat rondvliegt en Knautia.
Damastbloem (Hesperis matronalis)
Valeriaan (Valeriana officinalis)
Phlox (alle varianten) is ook steeds een schot in de roos.
Dan hebben we nog Lavendel (witjes), Sedum (heel goede vlinderlokker voor in de herfst), samen met de Struikklimop (1 vd laatste nectarvoorzieners).
Zo, als jullie deze bloemen aanplanten in de tuin geniet je vanop de tuintafel van al dat gefladder! Op een zomerse dag is het niet ongewoon een stuk of 30-40 vlinders te zien rondvliegen. Samen met de bijtjes (die je zeker niet storen op de tuintafel) zorgen ze voor een levendige tuin, veel leuker dan een paar saaie coniferen!